Taal en meertaligheid op het speelplein

Taalstimulering in de vrije tijd

Heel wat Brusselse kinderen en jongeren uit het Nederlandstalig onderwijs gebruiken het Nederlands alleen op school. Op het speelplein leren ze het Nederlands kennen als speel- en knuffeltaal. Ouders zijn ook vaak op zoek naar Nederlandstalig vrijetijdsaanbod voor hun kinderen. Op het speelplein gebruiken kinderen, jongeren en animatoren spontaan taal in allerlei situaties.

Hoe vaker je een taal hoort en zelf kunt gebruiken, hoe beter je die taal leert. Veel beter dan door bijvoorbeeld alleen naar de radio te luisteren of televisie te kijken. Het speelplein is dan ook de ideale plek om spel en plezier te combineren met taalstimulering.

Dit kan door ervoor te zorgen dat er op een spontane manier veel taal wordt gebruikt zonder dat taal een doel op zich wordt. Bijvoorbeeld gesprekjes voeren met de kinderen, tijdens je speluitleg verwoorden wat je doet of kinderen laten vertellen wat ze aan het doen zijn tijdens een spel.

Meertaligheid in Brussel

Op de speelpleinen van de VGC is Nederlands de voertaal. Tegelijkertijd hebben heel wat kinderen en animatoren een andere thuistaal dan het Nederlands en is Brussel een meertalige omgeving. Ga je positief om met die diversiteit aan talen en culturele achtergronden? Dan toon je respect voor de identiteit en de thuiscultuur van de kinderen. Kinderen voelen zich gewaardeerd in hun eigenheid. Ze voelen zich goed in hun vel.

De kans dat kinderen zich openstellen voor de activiteiten en voor de andere kinderen op het speelplein wordt daardoor groter. Een goed ontwikkelde thuistaal helpt kinderen om het Nederlands en andere talen onder de knie te krijgen. Kinderen ontwikkelen zelf ook positieve attitudes tegenover andere talen en meertaligheid.

Wil je meer weten over de meerwaarde van meertaligheid bij kinderen en jongeren? Neem dan een kijkje op meertaligheid.be.

Geef verschillende thuistalen een plek op het speelplein

Maak thuisculturen en -talen van de kinderen zichtbaar op het speelplein:

  • Maak een welkomstbord in verschillende talen. Kinderen en ouders kunnen je helpen.
  • Voorzie cd’s en boekjes in verschillende talen.
  • Maak in jullie inrichtings- en spelmaterialen de diversiteit van de kinderen zichtbaar: verkleedkledij, muziekinstrumenten … uit verschillende culturen, posters, lege verpakkingen van winkelproducten in verschillende talen, poppen met verschillende huidskleuren …
  • Laat kinderen zelf voorwerpen, muziek … uit hun thuiscultuur meebrengen en doe er iets mee tijdens de activiteiten.

Als kinderen hun thuistaal gebruiken, reageer dan positief, probeer hen te begrijpen en ga met hen in gesprek:

  • Ga in op de boodschap, niet op welke taal ze gebruiken.
  • Gebruik woorden in de thuistaal van het kind om te troosten, op het gemak te stellen, te begroeten … . Stel eventueel samen met de ouders een lijst op met woorden in de thuistaal.
  • Geef kinderen - wanneer ze ruzie hebben gemaakt, boos of verdrietig zijn - ruimte en tijd om zicht te uiten in hun thuistaal. Nadien kan je vragen om uitleg te geven in het Nederlands of schakel je de hulp in van een broer, zus of iemand anders met dezelfde thuistaal.
  • Als een kind je aanspreekt in de thuistaal, doe dan al het mogelijke om het kind te begrijpen.
  • Let erop dat kinderen op basis van hun (thuis)taal niet worden uitgesloten. Kinderen doen dit soms onbewust en onbedoeld omdat ze opgaan in hun spel. Spreek hen hierover aan en zorg ervoor dat ze samen spelen.
  • Gebruik pictogrammen of ander beeldmateriaal en thuistalen om kinderen en ouders te informeren over regels en afspraken, het verloop van de dag, uitstappen …
  • Gebruik de thuistaal van de kinderen om regels en afspraken te verduidelijken.
  • Vraag ouders om regels en afspraken te vertalen zodat kinderen deze beter begrijpen.
  • Stimuleer kinderen om hun thuistaal te gebruiken om elkaar regels, afspraken of instructie uit te leggen als iets niet duidelijk is. Kinderen begrijpen de uitleg van elkaar soms beter dan die van animatoren. Maak hier gebruik van als je hen iets wil uitleggen. Je stimuleert de taal van de kinderen, ze helpen elkaar en ze voelen zich betrokken.